Gardi

Planten · Perenboom

Perenboom verzorgen, plukken en snoeien

Groene, bruin gespikkelde peren tussen het blad aan een perenboom

Een perenboom staat begin april al wit van de bloesem, een week of twee eerder dan de appel, en vanaf september haal je de peren binnen. Hij lijkt veel op een appelboom, maar op twee punten is hij anders: zijn vroege bloesem krijgt vaker met nachtvorst te maken, en zijn peren worden niet aan de boom rijp. Pluk ze dus op tijd en laat ze binnen narijpen; de rest van het jaar gaat het vooral om de bloesem en een snoeibeurt in de winter.

In het kort

Botanische naam
Pyrus communis
Type
  • boom
Standplaats
  • zon
Winterhardheid
hout tot ongeveer -20 °Cde bloesem begin april is gevoelig voor nachtvorst
Snoeien
  • januari
  • februari
  • juli
  • augustus
  • november
  • december
Bemesten
  • maart
Water
De eerste twee jaar bij droogte elke week een emmer.Een kleinblijvende boom ook later in lange droge perioden.

Door het jaar

Jaarkalender perenboom: per activiteit de maanden waarin je het doet
Activiteitjanuarifebruarimaartaprilmeijunijuliaugustusseptemberoktobernovemberdecember
Snoeienjanuari t/m februarijuli t/m augustusnovember t/m december
Bemestenmaart
Plantenjanuari t/m maartnovember t/m december
Verder in het jaar
Handperen plukken en binnen laten narijpenseptember
Stoofperen plukkenoktober

Wanneer pluk je peren?

Een peer pluk je terwijl hij nog hard is. Wacht je tot hij aan de boom zacht wordt, dan is hij rond het klokhuis al bruin en melig, ook al ziet de schil er nog gaaf uit.

Of hij zover is, voel je als je hem optilt. Leg twee vingers onder de peer en til hem op tot hij horizontaal hangt. Breekt het steeltje dan vanzelf bij het takje af, dan is hij plukrijp. Blijft hij zitten, laat hem dan nog een paar dagen hangen. Bij ‘Conference’ is het meestal in de tweede helft van september zover. Stoofperen mogen langer blijven hangen, tot in oktober.

Peren binnen laten narijpen

Leg de geplukte peren binnen neer, gewoon op kamertemperatuur. Na een paar dagen tot een week zijn ze eetbaar. Druk met je duim zachtjes vlak naast het steeltje: geeft de peer daar een beetje mee, dan is hij goed. Wacht dan niet lang, want een dag later kan hij al melig zijn, en haal dus steeds maar een paar peren tegelijk uit de voorraad.

Snoeien in de winter en de zomer

De grote snoeibeurt valt tussen november en februari, als de boom kaal is. Doe dat op een droge dag zonder vorst.

Een peer wil van nature steil omhoog, met lange, rechte takken, en aan zulke takken komen pas laat bloemen. Bind een paar jonge takken daarom wat platter, met een touwtje naar een paaltje in de grond of naar een lagere tak. Zo’n schuin gebonden tak gaat eerder bloemknoppen maken.

Leiperen en kleine boompjes krijgen eind juli of in augustus nog een tweede knipbeurt. De scheuten die die zomer zijn gegroeid, kort je in tot een paar blaadjes boven de plek waar ze uit de tak komen. Aan een grote boom werk je alleen in de winter, met de ladder.

Bemesten

Veel mest heeft een peer niet nodig. Een grote boom wortelt diep en haalt na de eerste jaren zelf genoeg uit de grond, dus wat compost rond de stam in maart is dan voldoende. Een kleinblijvende peer op zandgrond krijgt daarbij per vierkante meter een handje organische korrelmest. Wordt de boom groot en dicht, maar hangen er weinig peren aan, sla de mest dan een jaar helemaal over.

Plek, grond en planten

Een peer heeft minstens een halve dag zon nodig, anders rijpen de peren slecht en smaken ze flauw.

Vraag bij het kopen hoe hoog de boom wordt. Een kleinblijvende peer wordt 3 tot 5 meter en geeft na een jaar of drie, vier zijn eerste peren. Hij wil wel vruchtbare grond die vochtig blijft, een paal, en in droge zomers zijn hele leven water. Een grote boom wordt 8 meter of hoger en groeit bijna overal, ook op zware, wat vochtige klei.

Op zware klei die de hele winter nat blijft, verliest een jonge, kleinblijvende peer een deel van zijn wortels, en dat merk je pas in mei aan slap, bleek blad. Plant hem daar op een lage bult van 10 tot 20 cm.

Koop je de boom met blote wortels, plant hem dan tussen november en maart, op een dag zonder vorst en niet vlak na een week regen. Een jonge peer krijgt de eerste twee jaar bij droogte elke week een emmer water.

Bloesem, nachtvorst en bestuiving

Het hout kan tot ongeveer -20 °C, dus een gewone winter doet de boom niets. De zwakke plek is de bloesem, want die staat al rond begin april open, in de weken dat het ’s nachts nog kan vriezen. Of het mis is gegaan, zie je een paar dagen na zo’n koude nacht: het hartje van de bloem is dan zwart in plaats van groen.

Zet een peer daarom niet in een laagte of in de laagste hoek van de tuin. Tegen een muur op het zuiden of westen staat hij beter, want de warme stenen houden ’s nachts de kou van de bloemen af. Een leiboom of een laag boompje dek je bij lichte vorst af met een dubbele laag vliesdoek. Komt er zo’n nacht aan, dan krijg je van Gardi gratis een vorstmelding, zodat het doek er voor het donker op ligt.

Komt de bloesem door de nacht, dan heeft hij nog stuifmeel nodig. Bij de meeste perenrassen moet dat komen van een perenboom van een ander ras, die in de buurt staat en rond dezelfde tijd bloeit.

Oranje vlekken op het blad

Felle oranje vlekken op het blad, vanaf juni, zijn perenroest. In de nazomer groeien er aan de onderkant van het blad bruine bobbeltjes uit. Die schimmel komt niet van andere peren maar van een jeneverbes, vaak een sierconifeer in je eigen tuin of bij de buren. Daar overwintert hij, en in het voorjaar zitten er na een regenbui oranje klodders aan.

Gevallen perenblad opruimen helpt hier dus niet. Een boom met wat vlekken geeft gewoon peren. Zit hij elk jaar vol, zoek dan in de buurt naar een jeneverbes en haal die weg als dat kan.

Veelgemaakte fouten

  • Peren uit de kelder of de koelkast meteen opeten. Koud blijven ze hard en smaakloos, dus leg ze eerst een paar dagen in de keuken.
  • Een stoofpeer op de fruitschaal leggen in de hoop dat hij zacht wordt. Dat gebeurt nooit, hij gaat alleen rimpelen.
  • De takken van een leiboom vastzetten met kaal ijzerdraad. Binnen twee zomers zit het draad in de tak gegroeid.

Foto's: Wikimedia Commons · bronnen

Veelgestelde vragen

Vragen over perenboom

Kan een appelboom een peer bestuiven?

Nee. Appel en peer zijn verschillende bomen, en het stuifmeel van de een werkt niet bij de ander. De meeste peren hebben een perenboom van een ander ras in de buurt nodig, die rond dezelfde tijd bloeit.

Wat is het verschil tussen een handpeer en een stoofpeer?

Een handpeer eet je rauw, als hij zacht en sappig is. Een stoofpeer, zoals 'Gieser Wildeman', blijft hard en korrelig en wordt pas lekker als je hem een paar uur zachtjes stooft. Dan kleurt hij ook rood. Stoofperen laat je tot in oktober aan de boom hangen, en ze zijn tot ver in de winter te bewaren.

Hoe lang kun je peren bewaren?

Op een koele plek, zoals een kelder of een schuur waar het niet vriest, houdt 'Conference' het vaak tot in december. Leg de peren in één laag, zonder dat ze elkaar raken. Haal er steeds een paar naar binnen, een paar dagen tot een week voordat je ze wilt eten.

Mijn perenboom bloeit, maar er komen geen peren. Hoe kan dat?

Meestal heeft de bloesem vorst gehad, of staat er geen perenboom van een ander ras in de buurt. Bij een jonge boom kan het ook gewoon nog te vroeg zijn. Een kleinblijvende peer begint na een jaar of drie, vier, een grote boom heeft vaak acht jaar of meer nodig.

Zelf bijhouden

Laat Gardi je seintje geven voor perenboom

Gardi herkent je plant, kent het seizoen en herinnert je op het juiste moment. Gratis te starten.