Gardi

Planten · Appelboom

Appelboom snoeien en verzorgen

Appelboom vol rode appels in een grasveld, met afgevallen appels onder de kroon

Voor veel mensen is een appelboom de eerste fruitboom in de tuin. In april staat hij in de bloesem en in de herfst pluk je je eigen appels, en als je de goede koopt, blijft hij klein genoeg. Voor een goede oogst heeft hij wel een tweede appelboom in de buurt nodig, een snoeibeurt als het blad eraf is, en in juli iemand met een schaartje die de trosjes jonge appels uitdunt.

In het kort

Botanische naam
Malus domestica
Type
  • boom
Standplaats
  • zon
Winterhardheid
hout tot ongeveer -20 °Copen bloesem bevriest bij een paar graden nachtvorst
Snoeien
  • januari
  • februari
  • juni
  • augustus
  • november
  • december
Bemesten
  • maart
Water
De eerste twee zomers bij droogte elke week een emmer aan de voet.Een laagstam ook daarna in droge zomers.

Door het jaar

Jaarkalender appelboom: per activiteit de maanden waarin je het doet
Activiteitjanuarifebruarimaartaprilmeijunijuliaugustusseptemberoktobernovemberdecember
Snoeienjanuari t/m februarijuniaugustusnovember t/m december
Bemestenmaart
Plantenjanuari t/m maartnovember t/m december
Verder in het jaar
Vruchtjes dunnen tot één of twee per trosjuli
Middenvroege rassen zoals 'Elstar' plukkenseptember
Bewaarappels plukken en koel wegleggenoktober
Gevallen blad en gerimpelde appels onder en in de boom opruimennovember

Waarom komen er geen appels aan?

Meestal mist er een tweede appelboom in de buurt. Een bloesem wordt pas een appel als een bij of hommel er stuifmeel op brengt van een appelboom van een ander ras die tegelijk bloeit. Een eenzame ‘Elstar’ in een nieuwbouwwijk staat elk voorjaar wit van de bloesem en hangt in september bijna leeg.

Kijk daarom eerst over de schutting, want een appel of sierappel bij de buren is vaak al genoeg. Staat er niets, plant dan zelf een tweede boom van een ander ras. In een kleine tuin is een sierappel het handigst, want hij bloeit lang en helpt veel rassen. Een ‘Jonagold’ is lastiger. Zijn stuifmeel helpt geen andere boom, dus naast hem moeten er twee staan die elkaar wel bestuiven.

Wanneer en hoe snoei je een appelboom?

Snoei in de winter, als het blad eraf is: van november tot en met februari. Bevroren hout scheurt makkelijk, dus laat de zaag liggen als het vriest of regent. Haal eerst het dode hout eruit. Dat is grijs en droog en knakt als je het buigt. Daarna gaan de rechte scheuten eruit die steil omhoog schieten, want daar komen geen appels aan. Dan blijft de kroon open: de zon komt bij de appels, en blad dat na een bui snel opdroogt, krijgt minder schimmel.

Een kleine boom, of een leiboom die plat tegen een muur of draad groeit, kun je ook in de zomer bijhouden; een grote boom heeft dat niet nodig. Trek in juni de nieuwe steile scheuten eraf, zolang ze aan de voet nog groen zijn, en knip in augustus de nieuwe zijscheuten wat korter, zodat de appels licht krijgen.

Jonge appeltjes uitdunnen in juli

Eind juni laat een appelboom vanzelf een deel van zijn jonge vruchtjes vallen, maar vaak hangen er daarna nog trosjes van vier of vijf die elkaar klein houden.

Dun ze in de eerste helft van juli uit tot één of twee per tros, met 10 tot 15 cm ruimte ertussen. Knip de rest met een puntig schaartje bij het steeltje af, want als je trekt, scheurt soms het takje mee waar volgend jaar de bloemen aan komen. Je gooit er de helft weg, en toch hangt er in september meer. Een boom die je nooit dunt, geeft vaak een jaar vol kleine appels en het jaar daarna bijna niets.

Wanneer pluk je appels?

Leg een appel in je hand en draai hem een kwartslag. Laat hij met steeltje en al los, dan is hij rijp; zit hij nog vast, geef hem dan nog een week. ‘Elstar’ is meestal in september zover, ‘Jonagold’ in oktober. Leg de appels voorzichtig in de mand, want een drukplek gaat binnen een week rotten.

Bemesten

Een appelboom haalt bijna alles zelf uit de grond. Strooi in maart een emmer compost onder de kroon. Voor de meeste bomen is dat genoeg, maar een laagstam krijgt er een handvol organische korrelmest per vierkante meter bij, omdat hij korte wortels heeft en jong al veel draagt. Geef geen kunstmest of verse stalmest, want dan maakt de boom vooral scheuten en weinig appels.

Plek, planten en water

Zet een appelboom op een plek waar vanaf een uur of elf tot de avond de zon komt, en niet op klei waar ’s winters water blijft staan, want daar wordt hij eerder ziek.

Hoe groot hij wordt, bepaal je bij het kopen. In de winkel heten ze laagstam, halfstam en hoogstam, van klein naar groot. Heb je een kleine tuin, vraag dan naar een laagstam: die blijft een meter of twee à drie hoog en draagt al na een paar jaar.

Een boom zonder pot of kluit plant je van november tot in maart. Zet een laagstam meteen aan een stevige paal, want die heeft hij zijn leven lang nodig. Geef een jonge boom de eerste twee zomers in elke droge week een emmer water, en een laagstam ook daarna in droge zomers. Houd een kring van een meter rond de stam vrij van gras, want gras pikt het water in.

Winter en nachtvorst

Winterkou kan een appelboom best hebben, maar in de bloei is hij kwetsbaar: een paar graden nachtvorst eind april of begin mei kan de open bloemen doden. Leg bij een kleine boom dan ’s avonds een vliesdoek over de kroon en haal hem ’s ochtends weg.

In november ruim je op: hark het gevallen blad weg, of maai het in het gras fijn, en haal de gerimpelde bruine appels uit de boom. Daarop overwinteren de schimmels die in de zomer vlekken en rotte appels geven.

Als je appelboom ziek lijkt

Krijgt het blad in mei of juni bruine of olijfgroene vlekken en de appels zwarte, ruwe plekken, dan is het schurft. Die schimmel overwintert op het gevallen blad, dus het opruimen in november helpt. De appels kun je gewoon eten, ze bewaren alleen slecht.

Zie je ingezonken bruine plekken in de bast met een opgezwollen rand, dan is het vruchtboomkanker. Zaag zo’n tak op een droge dag terug tot een eind in het gezonde hout, waar het zaagvlak licht en vochtig is in plaats van bruin, en leg hem niet op de takkenhoop.

Veelgemaakte fouten

  • De paal weghalen bij een laagstam. Zijn korte wortels houden hem niet, en de eerste storm trekt hem scheef.
  • Met de trimmer tot tegen de stam maaien. In de beschadigde bast komt kanker makkelijk binnen.
  • Een nieuwe appelboom planten waar net een oude is weggehaald. Daar groeit hij jarenlang slecht, dus zet hem een paar meter verderop.

Foto's: Wikimedia Commons · bronnen

Veelgestelde vragen

Vragen over appelboom

Hoe bewaar je appels de winter door?

Bewaar alleen gave appels van een laat ras, met het steeltje er nog aan. Leg ze in één laag in een kist op een donkere plek waar het niet vriest, het liefst tussen 2 en 5 °C. Een schuur of garage is goed tot er strenge vorst komt. Kijk ze elke week na en haal eruit wat zacht of bruin wordt.

Kan een appelboom in een pot?

Ja, als het een boom is die heel klein blijft. Vraag de verkoper naar een laagstam voor in een pot. Neem een pot van minstens 50 cm doorsnee met gaten in de bodem en reken erop dat je in de zomer bijna elke dag giet. Ook een appel in een pot heeft een andere appelboom in de buurt nodig.

Waarom vallen er in de zomer appels met een gaatje onder de boom?

Dan zit er een rupsje van de fruitmot in. Snijd zo'n appel open en je ziet een bruine gang naar het klokhuis. Raap gevallen appels elke paar dagen op, voordat de rupsjes eruit kruipen en zich in de bast of de grond verpoppen.

Hoe lang duurt het voordat een appelboom appels geeft?

Een laagstam vaak al het tweede of derde jaar na het planten. Een halfstam doet er een jaar of vier over en een hoogstam zes tot acht jaar of langer.

Zelf bijhouden

Laat Gardi je seintje geven voor appelboom

Gardi herkent je plant, kent het seizoen en herinnert je op het juiste moment. Gratis te starten.