Gids
Fruitbomen snoeien

Een appel, peer, pruim of kers in de tuin geeft je elk jaar fruit, maar veel mensen durven er met de schaar niet aan, uit angst iets kapot te maken. Dat valt mee, want snoeien is vooral weghalen wat dood is of in de weg groeit. Appel en peer krijgen hun beurt in de winter, pruim en kers als ze in het blad staan, en bij allemaal begin je met het dode hout en stop je ruim voordat er een kwart van de kroon uit is.
1. Kies het moment dat bij je boom past
Appel en peer snoei je in de winter, van november tot eind februari. Zonder blad zie je precies welke tak waarheen groeit. Kies wel een droge dag waarop het niet vriest. Bevroren hout is bros, dus een snede scheurt dan uit in plaats van glad te blijven.
Pruim en kers laat je in de winter met rust. In nat, koel weer komt via een verse wond makkelijk loodglans binnen, een schimmel die het blad zilvergrijs kleurt en daarna tak voor tak laat afsterven. In de zomer groeit zo’n wond binnen een paar weken dicht, en daarom snoei je ze als ze in het blad staan: een pruim van april tot eind augustus, een kers meteen na de pluk in juli.
2. Een scherpe schaar en een zaag
Voor takjes tot een vinger dik gebruik je een snoeischaar met twee bladen die langs elkaar heen gaan, en voor dikkere takken een snoeizaag. Slijp de schaar voordat je begint. Een botte schaar laat een gerafeld eind achter, en dan droogt de tak verder in dan nodig.
Voor de takken boven je hoofd is een fruitladder met drie poten veiliger dan een gewone trap, want op gras zakt bij een trap al gauw één poot weg. Houd kinderen en de hond onder de boom vandaan zolang jij erin staat te knippen en te zagen.
3. Eerst het dode hout eruit
Dood hout herken je aan een doffe, grijze bast zonder dikke knoppen. Twijfel je, buig dan een twijgje: een dood twijgje breekt af, een levend buigt mee en komt terug.
Daarna kijk je naar takken die over elkaar schuren. Van zo’n stel gaat de zwakste weg, of de tak die de verkeerde kant op groeit. Ook de takken die dwars door het midden van de boom groeien, mogen eruit.
4. De rechte twijgen bovenop de dikke takken
Op de dikke takken staan vaak jonge twijgen recht omhoog, als de haren van een borstel. Zolang ze rechtop groeien, komen er geen vruchten aan, dus ze kunnen weg. In de winter knip je ze vlak bij de tak af, zonder een stompje te laten staan. Uit een stompje van een paar centimeter komt in het voorjaar namelijk weer een heel bosje.
In juni gaat het makkelijker. Dan zijn de nieuwe twijgen nog groen en zacht, en trek je ze met een korte ruk naar beneden van de tak af. De knopjes aan hun voet gaan dan mee, zodat er op die plek minder terugkomt dan na een knip.
5. Hele takken weg, niet overal de topjes
Overal een stukje van de takken afknippen werkt averechts. Elke ingekorte tak loopt net onder de knip uit met twee of drie nieuwe scheuten, en in juli is de kroon dan voller dan in januari. Haal daarom liever een paar hele takken bij de basis weg.
Waar je toch inkort, knip je vlak boven een knop, schuin, zodat de snede van de knop af naar beneden loopt. Regenwater blijft dan niet op de knop staan.
Om te weten wanneer je moet stoppen, leg je het snoeihout op een hoop naast de boom. Lijkt die hoop zo groot als een kwart van wat er nog in de boom zit, dan houd je op, ook als je nog takken ziet die weg zouden kunnen. Snoei je harder, dan staat de boom de zomer erna vol rechte twijgen.
6. Dikke takken in drie keer afzagen
Een tak die dikker is dan je pols, zaag je niet in één keer af. Halverwege scheurt hij onder zijn eigen gewicht in, en dan neemt hij een reep bast van de stam mee. Met drie zaagsneden gebeurt dat niet:
- Zaag een eind van de stam vandaan eerst van onderen in de tak, tot ongeveer een derde van de dikte.
- Zaag een paar centimeter verder naar buiten van bovenaf door. De tak breekt tussen de twee sneden af en valt.
- Zaag het stuk dat overblijft weg, net buiten de verdikte rand waar de tak uit de stam komt.
Laat die dikke rand heel, want van daaruit groeit de wond dicht. Vlak langs de stam gezaagd sluit de wond slecht, en een lange stomp sterft af en gaat rotten.
7. Een jonge boom de eerste winters
Een jonge boom snoei je de eerste jaren voor zijn vorm, nog niet voor de oogst. Bij een kleine boom (op het label: laagstam) houd je één rechte middentak met korte zijtakken die bijna plat uitsteken. Bij een grotere boom (halfstam of hoogstam) kies je in de eerste winter na het planten drie of vier stevige takken die als spaken rond de stam staan, elk op een andere hoogte. Daar hangt later de hele kroon aan, dus de andere takken uit de stam gaan weg. Kort de gekozen takken met een derde in, tot op een knop aan de buitenkant.
De rechte tak in het midden laat je een hand of twee boven de rest uitsteken. Groeit er naast hem een tweede tak even hard mee omhoog, zaag die dan weg, want een boom met twee toppen splijt later bij storm in het midden.
8. Een oude boom die jaren niet gesnoeid is
Is een oude appel- of perenboom al jaren niet gesnoeid, verdeel het werk dan over drie winters. Zaag de eerste winter een of twee van de grootste takken weg die de kroon dichtzetten of veel te hoog zijn, en laat de rest voor de winters daarna. De rechte twijgen die op de zaagplekken opkomen, trek je in juni weg. Een oude pruim of kers pak je net zo aan, alleen in de zomer.
9. Zomersnoei bij een kleine boom
Een appel of peer die elk jaar te groot wordt, kun je eind juli of in augustus een kleinere tweede beurt geven, want een boom die in de zomer blad kwijtraakt, groeit het jaar erna minder hard. Wacht tot de nieuwe scheuten onderaan bruin en houtig zijn.
Bij een leiboom tegen een muur of schutting en bij een laagstam knip je de nieuwe zijscheuten dan terug tot drie blaadjes boven het kransje bladeren aan de voet van de scheut. Aan die korte stompjes komen de bloemknoppen voor volgend jaar.
Wat je beter kunt laten
- Een te grote boom op één hoogte afzagen, alle takken op dezelfde plek. Uit elke zaagplek komt een bos rechte twijgen, en twee jaar later is de boom weer even hoog en draagt hij minder.
- Een pruim of kers in februari toch even bijwerken, omdat je met de schaar in de tuin staat. Of het misging, zie je pas de zomer erna, aan zilvergrijs blad.
- Na het snoeien mest strooien om de boom te helpen. Een hard gesnoeide boom groeit al sterk, en van mest krijgt hij vooral nog meer rechte twijgen.

Foto's: Wikimedia Commons · bronnen
Veelgestelde vragen
Vragen over fruitbomen snoeien
Mag je een fruitboom snoeien als het vriest?
Nee, wacht op een dag zonder vorst.
Hoe snoei je een pruimenboom?
Weinig, en tussen april en eind augustus. Haal dood hout en takken die over elkaar schuren weg, en zaag een te hoge tak terug tot op een zijtak die naar buiten wijst. Veel pruimen maken scheuten uit de wortels, rond de stam in het gras. Trek of steek die bij de wortel los, want als je ze afmaait, komen er alleen meer.
Hoe hard mag een kersenboom terug?
Liever niet hard. Een zoete kers knip je na de pluk alleen wat open: takken die naar binnen groeien eruit, en te hoge takken terug tot op een zijtak. Een zure kers tegen een schutting draagt aan de lange twijgen van vorig jaar. Daar knip je na de oogst de takjes die vruchten hebben gehad terug tot op een jonge scheut.
Wat doe je met het snoeihout?
Gezond hout mag versnipperd onder de struiken of op een takkenhoop achter in de tuin. Takken met kanker of loodglans gaan bij het groenafval, want op een hoop in de tuin verspreiden ze de ziekte.
Aan de slag
Zet het vandaag nog in je kalender
Gardi onthoudt het voor je en stuurt op tijd een seintje.