Gids
Gazon onderhouden

Een gazon moet tegen voetballen en tuinstoelen kunnen. Dat lukt vooral door regelmaat: gras dat vaak een beetje gemaaid wordt en twee keer per jaar te eten krijgt, blijft dicht, en in dicht gras krijgen mos en onkruid weinig kans. Het meeste werk zit dus in het maaien, zonder het gras te kort te knippen, en verder strooi je in april en in de nazomer mest en zaai je kale plekken op tijd opnieuw in.
1. De eerste keer maaien, in maart of april
In het westen begint het gras vaak half maart weer te groeien, in het oosten meestal pas begin april. Zet de maaier de eerste keer op de hoogste stand, want dan knip je alleen de toppen van het gras, en zet hem daarna elke beurt een stand lager. In mei zit je dan op 4 tot 5 cm.
Haal nooit meer dan een derde van de lengte in één keer weg. Staat het gras 9 cm hoog, maai het dan eerst tot 6 cm en een paar dagen later verder. Knip je meer weg, dan houdt elke spriet te weinig groen over en kijk je een week lang naar gele stoppels. Gras dat steeds te kort gemaaid wordt, raakt dun, en in de open plekken komen mos en onkruid.
Kort maaisel mag blijven liggen, want het verteert binnen een paar dagen en geeft zijn voeding terug aan de grond. Lange plukken hark je wel weg, omdat het gras eronder geel wordt.
2. In april de eerste mest
Geef de eerste mest als je twee of drie keer gemaaid hebt, meestal ergens in april. Een gazon dat honger heeft, zie je aan de kleur: het is lichtgroen tot gelig, groeit traag en loopt langzaam vol met klaver en mos.
Neem organische gazonmest. Die werkt rustig, want het leven in de grond breekt hem eerst af, zodat de voeding over een paar maanden vrijkomt. Volg de hoeveelheid op de zak en strooi liever te weinig dan te veel. Loop twee rondes kruislings over het gras, elk met de helft van de mest, want wie in één richting strooit, ziet een paar weken later donkere en lichte banen.
Strooi op een dag dat er regen komt, of zet er daarna de sproeier op. Korrels die dagen op droog gras blijven liggen, trekken vocht uit de sprieten. Laat kinderen en huisdieren pas weer op het gras als de mest is ingeregend.
3. In april mos uitharken en kale plekken inzaaien
Kijk eerst waar het mos zit, want dat zegt waar het vandaan komt. Onder een boom komt het door schaduw, op het looppad door dichtgetrapte grond. Zit het overal, dan maai je te kort of krijgt het gras te weinig mest. Laat je de oorzaak zitten, dan helpt wegharken maar één seizoen.
Hark het mos in april uit met een verende hark en zaai de kale plekken dezelfde dag opnieuw in, met zoveel zaad als op de verpakking staat. Hark het in, loop er een keer overheen en houd de bovenste centimeter drie weken vochtig, bij droog weer met een korte sproeibeurt per dag. Graszaad kiemt pas goed als de grond warmer is dan ongeveer 10 °C, en daarom wacht je ermee tot april.
Een verticuteermachine, die met draaiende mesjes de oude, sponzige laag uit het gras trekt, is meestal niet nodig. Duw je vingers in het gras. Voel je meer dan een centimeter verende, bruine laag voordat je bij de grond bent, huur er dan een voor een dag. Eens in de twee of drie jaar is genoeg, en een gazon van nog geen jaar oud sla je over.
Gras moet minstens een halve dag in de zon staan om dicht te blijven, dus in lichte schaduw zaai je graszaad voor schaduw. Onder een beuk of een dichte conifeer verliest het gras altijd, want de boom pakt ook het water. Leg daar liever houtsnippers neer.
4. In de zomer hoger maaien en water bij droogte
Zet de maaier in een droge, warme periode een of twee standen hoger, op 5 à 6 cm, en maai minder vaak. Langer gras houdt de grond in de schaduw, zodat hij minder snel uitdroogt.
Na drie droge weken ziet het gazon eruit als stro. Het leeft nog, want het gras gaat in rust en overleeft in zijn wortels. Na een paar flinke buien is het meestal binnen twee à drie weken weer groen.
Wil je het groen houden, geef dan zelden en veel: een of twee keer per week 10 tot 15 liter per vierkante meter. Zet een leeg jampotje binnen het bereik van de sproeier, en staat er 1 à 1,5 cm water in, dan is het genoeg. Elke avond een kwartier sproeien voelt goed, maar dan blijven de wortels ondiep, en in de eerste hete week ligt het gras alsnog bruin.
5. Van eind augustus tot half september de najaarsbeurt
Kun je maar één keer per jaar iets extra’s voor het gazon doen, doe het dan nu. De grond is nog warm en er valt weer regen, zodat gras snel herstelt en zaad goed kiemt.
Begin waar na een bui water blijft staan, zoals op klei en op het stuk waar de kinderen spelen. Daar zit de grond dicht, dus steek je er met een spitvork om de 10 à 15 cm zo’n 10 cm diep in en wrik je de vork een beetje heen en weer, zodat er weer lucht in komt.
Zaai daarna de dunne plekken in, net als in april, en strooi najaarsmest voor gazons. Die maakt het gras steviger tegen de kou in plaats van het nog hard te laten groeien. Zacht, snel gegroeid gras is in een natte winter het eerst ziek.
Ben je laat, dan kun je nog zaaien tot half oktober. Daarna is de grond te koud.
6. In de herfst het blad van het gras
Vanaf oktober waaien de bladeren op het gras, en die hark je om de week of twee weg. Onder een natte laag blad wordt het gras geel en komt er mos in.
Maai zolang het gras groeit, meestal tot in november. De laatste keer maai je niet korter dan anders, rond 4 tot 5 cm, en niet op een natte dag. Vriest het, loop dan over het pad, want bevroren sprieten knakken en elke voetstap zie je nog weken als een bruine plek.
7. In de winter eerst meten, dan pas kalken
Kalk helpt alleen als de grond te zuur is, en dat zie je niet aan het gras. Op zand is een pH van ongeveer 5,5 tot 6 goed. Klei zit meestal hoger en heeft zelden kalk nodig.
Steek tussen november en februari op vijf of zes plekken wat grond uit, 5 tot 10 cm diep, meng dat in een emmer en meet het met een testsetje uit het tuincentrum. Is de pH duidelijk te laag, strooi dan langzaam werkende kalk en laat regen en vorst hem de grond in werken. Houd wel een paar weken tussen kalk en mest, want samen gestrooid gaat een deel van de mest verloren.
Wat je beter kunt laten
- IJzersulfaat tegen mos strooien. Het mos wordt zwart en staat er het jaar erna weer, en waar de korrels op de tegels vallen, blijven roestbruine vlekken achter.
- Na drie weken vakantie het gras in één keer van 15 naar 5 cm terugmaaien. Neem het in twee of drie beurten terug, met een paar dagen ertussen.
- Gif of gas tegen mollen. Dat is gevaarlijk voor kinderen en huisdieren.
- De robotmaaier ’s nachts laten rijden. Egels zijn dan op pad, en die rollen zich op in plaats van weg te lopen. Laat hem overdag maaien.
Foto's: Wikimedia Commons · bronnen
Veelgestelde vragen
Vragen over het gazon
Hoe vaak moet je het gazon maaien?
In mei en juni twee keer per week, in de rest van het seizoen meestal één keer. Kijk naar de lengte en niet naar de kalender. Lukt twee keer per week niet, zet de maaier dan een stand hoger, zodat je nooit meer dan een derde van de lengte in één keer afhaalt.
Waarom heeft mijn gazon gele plekken met een donkergroene rand?
Meestal is dat de plas van een hond, vaak een teef, die alles op één plek laat lopen. In het midden verbrandt het gras, aan de rand werkt dezelfde plas als mest. Giet de plek meteen daarna na met een gieter water. Is hij al kaal, hark hem dan los en zaai hem opnieuw in.
Wat doe je tegen paddenstoelen in het gazon?
Meestal niets. Ze leven van oude wortels of begraven hout in de grond, of samen met de wortels van een boom, en de paddenstoelen zelf zijn na een paar dagen weer weg. Heb je jonge kinderen of een hond die alles in zijn bek stopt, maai of schop ze dan weg zodra ze opkomen, want aan de buitenkant zie je niet welke giftig zijn.
Hoe lang na het zaaien mag je weer op het gras lopen?
Na de eerste maaibeurt kun je er voorzichtig overheen lopen. Met voetballen wacht je tot het gras twee à drie maanden staat en een paar keer gemaaid is.
Aan de slag
Zet het vandaag nog in je kalender
Gardi onthoudt het voor je en stuurt op tijd een seintje.