Gids
Bloembollen planten

Wat in maart en april in de tuin bloeit, plant je in de herfst als droge bol. Bij bollen kun je weinig fout doen, want de bloem van volgend voorjaar zit al in de bol. Je hoeft ze alleen op tijd, diep genoeg en met de punt omhoog in de grond te zetten, en na de bloei het blad te laten staan tot het geel is.
1. Stevige bollen kopen en droog bewaren
Vanaf eind augustus liggen de bollen in de winkel. Knijp er even in voordat je ze meeneemt. Een goede bol voelt stevig en zwaar voor zijn maat, en een los vliesje is geen probleem. Zit er een zachte plek in of blauwgroene schimmel op, dan is hij aan het rotten en laat je hem liggen.
Kun je niet meteen planten, leg ze dan in een papieren zak of een open kistje in de schuur, waar het koel en droog is en er lucht bij kan. In een plastic zak gaan ze zweten en schimmelen.
Leg ze ook niet in de keuken naast de uien. Een narcissenbol lijkt op een sjalotje, en wie er per ongeluk een in de pan doet, wordt er flink ziek van.
2. Op tijd planten, maar niet allemaal tegelijk
Je kunt planten van september tot de grond bevriest. In een zachte winter is dat soms pas in januari, maar niet elke bol wil zo lang wachten.
Narcissen, hyacinten en de kleine bolletjes zoals krokussen en blauwe druifjes gaan als eerste de grond in, in september en oktober. Ze moeten wortels maken zolang de grond nog warm is, en in november is die daar vaak al te koud voor.
Tulpen mogen later, in oktober en november, en in december gaat het meestal ook nog. In koude grond hebben ze minder kans op een schimmel waarvan blad en bloemen bruine vlekken krijgen en wegrotten.
3. Een plek met voorjaarszon
Bollen hebben zon nodig in de weken dat ze bloeien, in maart en april. Later in het jaar maakt schaduw niet meer uit. Onder een boom of struik die in het voorjaar nog kaal is, doen ze het dus prima.
Natte grond verdragen ze niet: een bol die de hele winter in het water staat, rot. Op zware klei maak je daarom de bodem van het plantgat los en strooi je er een handje grof zand in, zodat het water weg kan. Natte veengrond hoog je op, of je zet de bollen daar in een pot.
4. Een gat graven van de goede diepte
De vuistregel is twee à drie keer zo diep als de bol hoog is, gemeten tot de onderkant van de bol. Een tulpenbol van 5 cm komt dus op de bodem van een gat van 10 à 15 cm. Voor de bekendste bollen komt dat neer op:
- krokus, blauwe druifjes en andere kleine bolletjes: 7 à 8 cm
- tulp en hyacint: 10 à 15 cm
- narcis: 15 cm
- grote sierui: 15 à 20 cm
Op klei mag je een paar centimeter minder diep blijven, op zand juist iets dieper, omdat die grond sneller uitdroogt. Twijfel je verder, ga dan liever wat dieper dan te ondiep. Een bol die vlak onder de oppervlakte ligt, vriest eerder kapot, waait om zodra hij bloeit en wordt makkelijker door dieren opgegraven.
5. Met de punt omhoog
Zet de bol met de punt naar boven en de platte kant op de bodem van het gat. Aan die platte kant zie je vaak nog een kransje droge worteltjes.
Zie je bij een ronde bol niet welke kant boven is, leg hem dan op zijn zij, want de scheut buigt vanzelf naar boven. Zelfs een bol die op zijn kop ligt, komt meestal nog op, alleen later en wat zwakker.
6. In groepjes, niet op een rij
Graaf met de spade één breed gat en zet er tien of twintig bollen tegelijk in, met tussen elke bol ongeveer twee keer zijn eigen breedte. Dat gaat sneller dan elk bolletje een eigen gat geven, en in het voorjaar staat er dan een pluk bloemen in plaats van een soldatenrij. Kleine bolletjes mogen dichter op elkaar.
Krokussen kunnen ook in het gras. Steek met de spade een lap graszode los en sla hem om, leg de bolletjes eronder en klap de zode terug. Loop er daarna een keer overheen.
Druk de grond aan en geef water als het droog is. Mest heeft een bol in het eerste jaar niet nodig.
7. Bollen in een pot, in lagen
In een pot kun je drie lagen bollen boven elkaar zetten, die dan na elkaar bloeien. Neem een pot van minstens 30 cm breed en even diep, met een gat in de bodem, en leg onderin een laag grind en daarop potgrond.
De grote bollen die het laatst bloeien, meestal tulpen, komen onderop. Daarover gaat 3 à 5 cm potgrond en een laag narcissen of hyacinten, dan weer potgrond, en bovenin krokussen of blauwe druifjes. In een pot mogen ze bijna tegen elkaar aan liggen.
De pot blijft de hele winter buiten, want bollen moeten een paar maanden kou hebben om te bloeien. Zet hem tegen de muur van het huis, met de bodem los van de grond, en houd de potgrond licht vochtig. Bollen in een pot vriezen wel sneller kapot dan in de tuin, dus zet hem bij een paar dagen flinke vorst even in de schuur of wikkel hem in jute.
8. Muizen, eekhoorns en de hond
Muizen eten graag tulpen en krokussen, maar narcissen laten ze staan. Heb je er veel last van, plant de tulpen dan in een korfje van fijn gaas met gaatjes van ongeveer 1 cm, dat je ingraaft en aan de bovenkant dichtvouwt. De plastic bollenmandjes uit de tuinwinkel houden een muis niet tegen.
Eekhoorns graven vers geplante bollen weer op. Leg een stuk kippengaas plat boven de bollen, met wat grond of blad erover, en haal het in februari weg als de punten opkomen. Ruim ook de lege zakken en losse vliesjes op, want daar ruiken ze de bollen aan.
Een hond graaft graag in grond die net is omgewerkt. Een tulpen- of narcissenbol die hij opgraaft en kapotbijt, is giftig voor hem, dus houd hem de eerste weken uit het bollenbed.
9. Na de bloei het blad laten staan
Knip het uitgebloeide bloempje eraf, zodat de plant zijn kracht niet in zaad steekt. Het blad laat je staan tot het geel is, en dat duurt zo’n zes weken. In die tijd vult de bol zich weer voor volgend jaar, dus knip het niet af en leg er ook geen knoopjes in, al staat het rommelig. Staan er krokussen in het gazon, dan maai je die plekken pas als hun blad vergeeld is, meestal ergens in april.
Narcissen, krokussen en blauwe druifjes komen elk jaar terug en worden steeds voller. Met grote tulpen valt dat vaak tegen: het eerste jaar bloeien ze volop, daarna steeds minder, zeker op klei. Wil je ze houden, graaf ze in juni uit als het blad geel is en plant ze in de herfst opnieuw. Of koop gewoon elk najaar een nieuwe zak.
Wat je beter kunt laten
- Verse mest of verse compost in het plantgat. Tegen de bol aan laat die hem rotten.
- Hyacinten met blote handen planten. De schil geeft bij veel mensen jeuk aan handen en polsen.
Foto's: Wikimedia Commons · bronnen
Veelgestelde vragen
Vragen over dit onderwerp
Kun je in december nog bloembollen planten?
Ja, zolang er geen vorst in de grond zit en de bollen nog stevig aanvoelen. Tulpen doen het dan meestal nog goed. Krokussen en narcissen komen ook op, maar bloeien later en kleiner.
In januari nog een zak bollen gevonden. Moeten die weg?
Voel eerst. Zijn ze stevig en zonder schimmel, plant ze dan alsnog, in de grond of in een pot die buiten blijft staan. Ze bloeien later en kleiner, maar weggooien levert niets op. Alleen zachte, verschrompelde bollen gaan weg.
Hoe diep plant je tulpen?
Een tulpenbol is ongeveer 5 cm hoog, dus je graaft een gat van 10 à 15 cm. Op zandgrond mag het tot 20 cm, want dan komen ze vaker terug en waaien ze minder snel om.
Moet je tulpenbollen na de bloei uit de grond halen?
Het hoeft niet. Wil je ze bewaren, graaf ze dan in juni uit als het blad geel is, laat ze drogen op een luchtige plek en plant ze in oktober of november opnieuw. Veel grote tulpen bloeien in het tweede jaar hoe dan ook minder.
Aan de slag
Zet het vandaag nog in je kalender
Gardi onthoudt het voor je en stuurt op tijd een seintje.